Huiscontouren

Het vectoriseren van de veldtekeningn van de ROB opgraving in de Stadsfenne is al een tijdje geleden afgerond. Hier dus een update.

Op het onderstaande plaatje zie je alle houten palen, planken (donker- en lichtbruin), waterputten (blauw), haardplaatsen (rood) en stenen (grijs). Wat meteen opvalt zijn natuurlijk de houten huisfunderingen, stukjes muur en vloer en een grote hoeveelheid palen.  Het lijkt erop dat de huizen direct aaneengesloten lagen, dus muren met elkaar deelden. Ook zijn er verschillende lagen planken die mogelijk bij een knuppelpad horen.

Een selectie van de sporen van de Stadsfenne opgraving 1963 - 1964
Een selectie van de sporen van de Stadsfenne opgraving 1963 – 1964

Dit spectaculaire beeld zie je niet vaak in de Nederlandse archeologie! Dat de gebouwen zo goed geconserveerd zijn is uniek. Het is erg jammer dat tijdens het opgraven geen hout is bewaard en geen dendrochronologische dateringen zijn gedaan…

Wanneer je in detail naar de opgraving kijkt is nog veel meer interessants waar te nemen… maar daar ga ik in dit bericht niet op in. Komende weken ga ik proberen individuele gebouwen en verschillende bouwfasen te onderscheiden. Het is goed om te realiseren dat de sporen op het plaatje hierboven verspreid zijn over een diepte van ongeveer 1,5 meter in de bodem. De sporen zijn dus resten van waarschijnlijk een aantal eeuwen aan bewoning!

Later meer 🙂

Advertenties

Vectoriseren

Na een lange radiostilte gaat mijn onderzoek naar de geschiedenis van Stavoren nu weer verder! Afgelopen maanden was ik afgeleid door allerlei ander (leuk) onderzoek. Zo heb ik de halve zomer mee gedaan aan een archeologische opgraving in Heiloo en heb ik een kunsthistorisch onderzoek naar de voormalige Nieuwezijds Kapel in Amsterdam gedaan. Allemaal erg leuk, maar nu begin ik dan eindelijk aan mijn masterscriptie!

Voor mijn scriptie ga ik (een deel van) de ROB opgraving in Stavoren uit 1963 – 1964 uitwerken. Dit betekent dat ik een deel van de veldtekeningen ga digitaliseren (vectoriseren) en een deel van de vondsten ga beschrijven. Daarnaast moet ik de resultaten van de opgraving natuurlijk betekenis geven en zal ik Stavoren in de volle- en late middeleeuwen in Nederlandse / Europese context plaatsen. Genoeg te doen dus 🙂

Ik ben inmiddels begonnen met het vectoriseren van de tekeningen. Dat gaat sneller dan verwacht. Het is een kwestie van verstand op nul en alle lijntjes overtrekken. Op de onderstaande afbeelding zie je al een eerste resultaat. Dit is werkput 1 met in totaal 9 vlakken over elkaar heen. De vectorlagen zijn allemaal transparant zodat alle vlakken zichtbaar zijn.

vectoriseren_voorbeeld
Bruin is hout; geel is zand; groen is al het overige. Dit is natuurlijk een tijdelijke legenda 🙂

Wat meteen opvalt zijn de rijen palen en houten planken. Dit zijn resten van muren of perceelsgrenzen. Ze zijn lopen op gelijkmatige afstand evenwijdig aan elkaar, min of meer oost-west georiënteerd.  Verder zijn er een hoop waterputten, zowel van hout als steen, een oven, een molensteen als deel van een fundering en is er een weg van houten planken (zie mijn vorige berichtje over knuppelpaden). Ook zijn er een hoop sporen en structuren die nog niet goed te duiden zijn.

Het werk is nog niet helemaal klaar, maar ik ben al over de helft. Ik hoop later deze week alle putten af te ronden. Ik ben een voorstander van open data, dus ik zal alle digitale bestanden online zetten. Mocht iemand interesse hebben dan mag je de data vrij downloaden (zie hieronder).

Overzicht van alle werkputten. De 'lege' putten moeten nog gedigitaliseerd worden.
Overzicht van alle werkputten. De ‘lege’ putten moeten nog gedigitaliseerd worden.
Overzicht van alle werkputten met nummers over de hedendaagse kaart van Stavoren.
Overzicht van alle werkputten met nummers over de hedendaagse kaart van Stavoren.

Download hier het puttenoverzicht in shapefile formaat. Zoals te zien op het plaatje hierboven is het overzicht gegeorefereerd.

De shapefiles met alle sporen komen later ook online.

 

Nederlandse Jeugd Bond voor Geschiedenis

Het waren niet alleen archeologen en ingehuurde werklui die in 1963 en 1964 aan de opgravingen in de Stadsfenne meededen. In de zomer van 1963 heeft de NJBG, de Nederlandse Jeugd Bond voor Geschiedenis een paar weken meegedraaid in het onderzoek. De jongelui hebben daar eerst een week in de buurt gelogeerd. Daarna  hebben ze tussen 22 en 26 juli mee gegraven. Ze kregen de zogenoemde “proefput” toegewezen die in het jaar daarvoor door Elzinga al was aangelegd. De kinderen mochten schaven en met de troffel werken. Vondsten werden verzameld, maar mochten ook mee naar huis genomen worden.

Fragment van een veldtekening van de ROB. De tekening is gemaakt door de kinderen van de NJBG. Netjes ingetekend. De tekening wordt nu beheerd door het Noordelijk Archeologische Depot.
Fragment van een veldtekening van de ROB. De tekening is gemaakt door de kinderen van de NJBG. Netjes ingetekend. De tekening wordt nu beheerd door het Noordelijk Archeologische Depot.

In het dagrapport van de opgraving staan ze vermeld: “De NJBG-ers weerden zich op eigen manier! Vlot gaat het niet bepaald, de jeugdige deelnemers kunnen nog niet voldoende zelfdiscipline opbrengen om (…) bij de verschillende zaken te bepalen.” De tekst is overgenomen uit een handgeschreven notitieboek die soms lastig leesbaar is…

Fragment van het dagrapport van de ROB opgraving in de Stadsfenne. Geschreven dinsdag 23 juli 1963. Nu in beheer van het Noordelijk Archeologisch Depot.
Fragment van het dagrapport van de ROB opgraving in de Stadsfenne. Geschreven dinsdag 23 juli 1963. Nu in beheer van het Noordelijk Archeologisch Depot.

Een van de deelnemers van aan dit zomerkamp in Stavoren was mijn moeder, Trudi! Het is een grote toevalligheid. Toen ik haar vertelde over mijn onderzoek naar Stavoren, wat nu een aantal maanden loopt, werd ze opeens enthousiast en liet ze me een hoopje scherven zien. Die had ze zelf gevonden toen ze daar als meisje was! Ze mocht de scherven toen mee naar huis nemen van de archeologen. Thuis aangekomen met een schoenendoos vol scherven heeft mijn moeder toen een klein museumpje ingericht waar ze haar scherven tentoonstelde.

Na 50 jaar jaar in een schoenendoos mogen de scherven nu weer luchten. Ze zijn opnieuw tentoongesteld in een vitrinekast, samen met andere verzamelde scherven en stenen.

Mijn moeder laat trots de scherven zien die ze ruim 50 jaar geleden zelf heeft gevonden in Stavoren.
Mijn moeder laat trots de scherven zien die ze ruim 50 jaar geleden zelf heeft gevonden in Stavoren.
Het kaartje met uitleg over de scherven als kleine tentoonstelling van haar vondsten uit Stavoren.
Het kaartje met uitleg over de scherven als kleine tentoonstelling van haar vondsten uit Stavoren, geschreven door Trudi in 1963.
Zo liggen de scherven uit Stavoren er tegenwoordig bij. In een vitrinekast, opnieuw tentoongesteld. Op de achtergrond mooie agaat-stenen die we ooit in een zomervakantie in Frankrijk verzameld hebben.
Zo liggen de scherven uit Stavoren er vandaag bij. In een vitrinekast, opnieuw tentoongesteld. Op de achtergrond mooie agaat-stenen die we ooit in een zomervakantie in Frankrijk verzameld hebben.

Verdwenen vondsten

De meeste archeologische vondsten uit Stavoren liggen waar je ze zou verwachten: in het archeologisch depot in Nuis. Daar staan vele dozen vol met scherven en ander materiaal afkomstig van de opgravingen in Stavoren. Met name de ROB opgraving in 1963 – 1964 van de Stadsfenne, in het zuiden van Stavoren, heeft veel materiaal opgeleverd.

Het archeologisch depot in Nuis. Een aantal van deze dozen zitten vol met vondsten uit Stavoren.
Het archeologisch depot in Nuis. Een aantal van deze dozen zitten vol met vondsten uit Stavoren. Foto door auteur.

Soms kom ik echter vondsten tegen in de opgravingsdocumentatie die ik niet terug kan vinden in het depot. In een brief van Halbertsma uit 1964 spreekt hij over amateurarcheologen die een grote hoeveelheid majolica scherven vindt op het terrein en op de storthopen tijdens de aanleg van de nieuwe sluis- en gemaal kolken. Uit de brief blijkt dat voor Halbertsma deze relatief recente scherven “maar bijzaak” waren en hij kan “geen tijd en geld spenderen aan een algehele omwerking van de vermelde stortbergen.” Verder schrijft hij “uiteraard hebben wij de nodige specimina trachten te verzamelen”.

Waar zijn die majolica “specimina” dan terecht gekomen, vraag ik me af. Na wat rond zoeken op het internet en mensen mailen blijkt dat een er nog een doos met majolica scherven staat bij het Fries Scheepvaart Museum in Sneek. Van de inhoud van de doos weten we niet veel meer dan dat het is aangeleverd door Halbertsma in 1964 en afkomstig is uit Stavoren. Helemaal zeker weten doen we het dus niet, maar we mogen toch wel aannemen dat dit de majolica scherven zijn waar Halbertsma over spreekt in zijn brief.
Het materiaal van na de middeleeuwen was toen blijkbaar niet belangrijk genoeg om bij de rest van de verzamelde vondsten op te slaan. De vondsten uit Stavoren zijn verspreid geraakt over verschillende collecties en musea in Friesland. Zo ligt er ook nog materiaal uit Stavoren in het Fries Museum in Leeuwarden en in het Fries Landbouwmuseum in Earnewald.

Een ander typisch fenomeen van de archeologie uit de jaren ’60 van de vorige eeuw is dat de mooiste en meest bijzondere vondsten ook zo hun eigen wegen begonnen af te leggen. Ik heb dit bij andere Nederlandse opgravingen uit die periode ook gemerkt. Het was gebruikelijk dat archeologen deze topvondsten mee naar huis namen om ze daar nader te bestuderen. Helaas zijn daarbij veel van deze topvondsten kwijt geraakt. Op een gegeven moment weet niemand meer waar de vondsten precies zijn of wie ze heeft. Een aantal van de speciale vondsten uit de opgravingen van de Stadsfenne in Stavoren die ik nog niet heb kunnen traceren zal ik hieronder toelichten. Het enige wat heb zijn tekeningen en soms foto’s van de vondsten.

Foto van een schitterend gedecoreerd kammetje. Het vondstnummer ken ik, maar waar het object zich bevindt weet ik helaas niet.
Foto van een schitterend gedecoreerd kammetje. Het vondstnummer ken ik, maar waar het object zich bevindt weet ik helaas niet. Foto door ROB / RCE
Een gouden ring met amethist inzet, waarschijnlijk 12e of 13e eeuws. Dit is misschien wel de meest sprekende vondst uit Stavoren. Waar is deze ring nu?!
Een gouden ring met amethist inzet, waarschijnlijk 12e of 13e eeuws. Dit is misschien wel de meest sprekende vondst uit Stavoren. Waar is deze ring nu?! Foto door ROB / RCE
Tekening van een baardmankruik met een interessant opschrift. Ik zou graag nader onderzoek willen doen naar deze kan. Wat betekent de tekst? Waar is deze kan precies gevonden? Het enige wat ik heb is deze tekening...
Tekening van een baardmankruik met een interessant opschrift. Ik zou graag nader onderzoek willen doen naar deze kan. Wat betekent de tekst? Waar is deze kan precies gevonden? Het enige wat ik heb is deze tekening… Tekening door ROB / RCE

Knuppelpaden

Stavoren is omgeven door water. In het westen lag vroeger de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer). Voordat de Zuiderzee was ontstaan werd het water dat het Almere met de Noordzee verbond het “Vlie” genoemd. Dit was een belangrijke verbinding tussen het binnenland van de lage landen en de Noordzee, en stroomde langs Stavoren.
Keek je vanuit Stavoren richting het oosten, dan zag je eindeloze veenvlaktes en meren. Je kunt je voorstellen dat het regelmatige een natte bedoeling geweest was in Stavoren.
Om droge voeten te houden werden de wegen van middeleeuws Stavoren verhard met houten palen en balken, zogenaamde knuppelpaden.

Een eenvoudig knuppelpad door moerassen in Noord-Zweden. Foto door auteur, zomer 2013.
Een eenvoudig knuppelpad door moerassen in Noord-Zweden. Foto door auteur, zomer 2013.

Op een aantal plaatsen zijn knuppelpaden door archeologen in Stavoren aangetroffen. Bij de aanleg van een nieuw riool in de straat ‘Dwinger’ in 1999 werd een deel van een knuppelpad aangetroffen door twee amateurarcheologen. Het ARC, een archeologisch bedrijf dat toen veel projecten deed in de regio, werd ingeschakeld. Samen met de amateurarcheologen heeft het ARC geprobeerd te redden wat er te redden viel en zoveel mogelijk verzameld en gedocumenteerd. Het pad bestond uit twee lagen elzen stammetjes met dunnere en kortere stammen als onderste laag en dikkere en langere stammen als bovenste laag. De stammen van de onderste laag lagen dwars op de lengte richting van het pad, de stammen van de bovenste laag lagen in de lengte richting. Het geheel bevond zich op ongeveer 1,80 m onder het huidige straatniveau. Een van de stammen is gedateerd in de tweede helft van de 13e eeuw (met koolstof-14 datering).

In 1951 werd de zomervakantie van archeoloog Herre Halbertsma kort onderbroken. Hij was op vakantie in Stavoren. Een paar uur voordat hij op de veerboot zou vertrekken werd zijn aandacht getrokken door een hoop aarde voor de deur van Voorstraat 47. Het bleek dat hier een nieuwe beerput werd aangelegd waarbij allerlei archeologische vondsten naar boven kwamen. Op ongeveer 2 meter diepte werd een knuppelpad gevonden, bestaande uit “zware dennenhouten leggers waarover in de lengterichting van het pad elzen stammetjes waren gevleid”. Op basis van gevonden aardewerk kon het pad waarschijnlijk in de 12e of 13e eeuw gedateerd worden.

Brief van Halbertsma uit 1951 over het gevonden knuppelpad in Stavoren. Uit het correspondentiearchief van de RCE.
Deel van een brief van Halbertsma uit 1951 over het gevonden knuppelpad bij de Voorstraat 47 in Stavoren. Uit het correspondentiearchief van de RCE. Geadresseerde is onherkenbaar gemaakt.

Ook tijdens de opgravingen in 1963 en 1964 van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in de Stadsfenne in het zuiden van het stadje is een houten pad aangetroffen. Dit pad liep langs een aantal erven waarop houten huizen hebben gestaan en parallel aan een riviertje dat toen nog door Stavoren stroomde.

Deel van een veldtekening van de ROB opgraving 1963-4 met daarop de houten balken van een pad. De scan is gemaakt door de RCE, het origineel bevindt zich in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis.
Deel van een veldtekening van de ROB opgraving 1963-4 met daarop de houten balken van een pad. De scan is gemaakt door de RCE, het origineel bevindt zich in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis.

Dergelijke knuppelpaden zijn zeker niet uniek voor Stavoren. Er zijn talloze andere waarnemingen en vondsten van middeleeuwse knuppelpaden gemeld in Nederland en ver daarbuiten. In 1953 is in het centrum van Eindhoven een knuppelweg gevonden (http://www.thuisinbrabant.nl/object/brabants-heem/261) en vorig jaar nog in het centrum van Zutphen (http://www.omroepgelderland.nl/web/nieuws-1/2037830/knuppelweg-blootgelegd-in-zutphen.htm).
We kennen knuppelpaden ook uit andere perioden. In 1948 werd bij laag water een Romeins knuppelpad in Raversijde (Vlaanderen) gefotografeerd. Uit Engeland zijn verschillende prehistorische knuppelpaden bekend (http://news.nationalgeographic.com/news/2009/08/090817-londons-oldest-timber-structure.html).

Romeins knuppelpad geregistreerd op het strand van Mariakerke-Raversijde door A. Chocqueel in 1948. Bron: https://onderzoeksbalans.onroerenderfgoed.be/onderzoeksbalans/archeologie/maritiem/beneden_hoogwaterlijn/noordzee/romeins
Romeins knuppelpad gefotografeerd op het strand van Mariakerke-Raversijde door A. Chocqueel in 1948. Bron: https://onderzoeksbalans.onroerenderfgoed.be/onderzoeksbalans/archeologie/maritiem/beneden_hoogwaterlijn/noordzee/romeins

“… een balpot voor den dag gekomen.”

Veel van de archeologische vondsten uit Stavoren staan gemeld in het archeologisch register ARCHIS. Zo nu en dan echter kom ik archeologische vondsten tegen via andere wegen. Een aantekening van deze enorme ‘balpot’ kwam ik tegen in het Verslag van het Fries Genootschap. Blijkbaar heeft deze pot als regenbak dienst gedaan tot het in juli 1927 werd gevonden bij het graven van fundamenten in een pand naast het toenmalige stadhuis. “Het gevaarte werd aan het Friesch Museum ten geschenke gegeven en is daar op de binnenplaats gekiekt”. Ik ben benieuwd waar die nu is! Nog steeds in het Fries Museum? Ook leuk dat de Leeuwarder Courant een foto heeft geplaatst van deze vondst.
Wat zou het voor pot zijn? Het lijkt op een Romeinse dolium.

uit de Leeuwarder Courant van 30 juli 1927

Blokhuis

Welkom op mijn weblog! Op deze plek ben ik van plan met enige regelmaat berichten te plaatsen over mijn onderzoek naar de geschiedenis van Stavoren. De ene keer zal het een verhaal over een archeologische opgraving zijn, de andere keer een historische kaart of een grappige anekdote.

1572, Caspar di Robles verslaat de Geuzen
1572, Caspar di Robles verslaat de Geuzen terwijl half Stavoren in de fik staat!

In dit eerste bericht begin ik met een opvallend bouwwerk dat in de 16e eeuw een indrukwekkend verschijnsel moet zijn geweest voor de bewoners van Stavoren. Dit bouwwerk, vaak het blokhuis genoemd, bevond zich in het noorden van de stad aan de havenmond. Het is gebouwd in 1522 in opdracht van Karel V met als doel om de stad, en van daar uit andere delen van Friesland, onder zijn controle te houden. Dit lukte goed toen in 1572 de Portugese krijgsheer Caspar di Robles de opstandelingen wist tegen te houden. Op de kaart staat in het Spaans aangetekend met hoeveel soldaten de vijand werd verslagen en onder welke legeraanvoerder dat gebeurde.

De watergeuzen slaan op de vlucht nadat ze verslagen zijn. 1572
De watergeuzen slaan op de vlucht nadat ze verslagen zijn. 1572

De vijand (“il nemicho“) sloeg halsoverkop op de vlucht met de boten waarmee ze gekomen waren. Helaas is mijn Spaans niet goed genoeg om de tekst op de kaarten te vertalen. Wie kan dit vertalen? “Soldati dil regimente dil sig. Robles no 200 tra ualoni et alimam condoti dal Cap opy et Cap mosio et Cap dechoma et Cap biba a socorer il castel di Stavera che era a secliato dal nemico” (het kan zijn dat de spelling net iets anders is, soms is het lastig te lezen).

Slechten van forten te Leeuwarden, Harlingen en Stavoren, 1581
Slechten van forten te Leeuwarden, Harlingen en Stavoren

In 1581 kreeg het blokhuis in Stavoren een tweede beleg te verduren. Volgens Schotanus (een 17e eeuwse historicus) zouden tijdens dat beleg 170 man personeel aanwezig geweest zijn in het blokhuis. Dat was blijkbaar niet genoeg… de belegering was succesvol en het blokhuis werd door de Friezen veroverd. Toen is direct besloten om het blokhuis af te breken. Een penning werd uitgegeven om te vieren dat het blokhuis, en ook die in Leeuwarden en Harlingen, werd afgebroken. Op de penning, geslagen rond 1580 in Leeuwarden, zijn de drie blokhuizen te zien met verschillende lieden die aan het zwoegen zijn met kruiwagens, pikhouwelen, scheppen. Ook zijn drie figuren een kanon aan het wegslepen.

van Geelkercken, 1616
van Geelkercken, 1616

Dat het blokhuis niet direct in z’n geheel werd afgebroken zien we op historische kaarten. We zien nog restanten van het blokhuis, inmiddels opgenomen in de latere vestingwerken, op diverse kaarten uit de 17e eeuw.

Ergens in de late 18e of begin 19e eeuw moeten de vestingwerken afgebroken zijn (wie weet wanneer precies?). Het blokhuis is toen tot het maaiveld afgebroken, zoals te zien is op de kadastrale kaart uit 1832. Nadat voetbalclub QVC jarenlang heeft gevoetbald op het terrein is het tussen 1995 en 1997 archeologisch onderzocht.

Kadastrale kaart 1832
Kadastrale kaart 1832

In een volgend bericht zal ik wel eens dieper in gaan op de opgravingen van het blokhuis.