Categorie archief: archeologische vondsten

“… een balpot voor den dag gekomen.” … het vervolg!

Zoals ik al in mijn vorige berichtje schreef, heb ik de afgelopen dagen doorgebracht in het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Toen ik door de loodsen liep op weg naar de dozen met materiaal uit Stavoren, viel mijn oog op een enorme pot bovenop een stellingkast. De pot stond in een speciaal daarvoor gemaakte metalen houder en was provisorisch vastgebonden met een stuk touw. Het geheel stond een beetje wankel op een pallet.

Ik moest meteen denken aan de enorme pot die in 1927 in Stavoren was gevonden, waar ik ruim een jaar geleden al iets over schreef. Ik vroeg me toen af waar de pot uit Stavoren was gebleven… Zou dit hem zijn?

uit de Leeuwarder Courant van 30 juli 1927
Uit de Leeuwarder Courant van 30 juli 1927. De maten die in dit krantenartikel worden genoemd kloppen trouwens niet. De juiste maten zijn beschreven in “Verslag van het Fries Genootschap” uit 1927-1928. De pot uit 1927 was 1,17m hoog met een buikwijdte van 1,05m.

Michiel, een van de depotbeheerders, wist eigenlijk ook niet goed waar de pot in het depot vandaan kwam. De pot heeft daar blijkbaar gestaan sinds het depot in Nuis werd opgericht…

Het wankele geval werd héél voorzichtig met een heftruck naar beneden gehaald om de pot beter te kunnen bekijken. Er zat erg veel vuil op en in de pot. We hebben hem dus naar buiten gereden om schoon te maken met een borsteltje en een emmer water.

Voorzichtig wordt de pot vervoerd en buiten gezet.
Voorzichtig wordt de pot vervoerd en buiten gezet.
Met water en borsteltjes hebben we de pot schoongemaakt.
Met water en borsteltjes hebben we de pot schoongemaakt.

We hebben de foto uit de krant van 1927 nog eens naast de pot in Nuis gehouden… en het kan niet missen: dit is de pot die toen in Stavoren is gevonden! Een aantal details zoals breuklijnen zijn precies hetzelfde.

Zover ik weet is er geen onderzoek gedaan naar deze pot. We weten eigenlijk helemaal niks over de pot. Hoe oud is de pot? Waar is de pot gemaakt? Hoe is de pot in Stavoren terecht gekomen? De enige publicatie over de pot, naast het krantenknipsel hierboven, komt uit het Verslag van het Fries Genootschap uit 1927-1928:

“Zeer groote, regelmatig gevormde, eivormige kruik, zandkleurig. De rand ontbreekt. In de maand Juli 1927 ontgraven in de stad Stavoren naast een woning, op korten afstand van het stadshuis, aan dezelfde straat en links er van, als men er met het gezicht naar toegekeerd staat. De kruik zat dicht aan de oppervlakte en diende als regenbak. Het baksel is gelijk aan dat van ruwwandig Romeinsch vaatwerk. Deze techniek van bakken is echter, vooral in Zuidelijke landen, lang in zwang gebleven. In Friesland is deze kruik stellig niet vervaardigd. Nog hoog 1.17 M., buikwijdte 1.05 M. Afgebeeld in de Leeuwarder Courant van 30 Juli 1927, 4e blad. In bruikleen van het gemeentebestuur van Stavoren.”

De pot in het depot in Nuis. Foto door mijzelf.
De pot in het depot in Nuis. Foto door mijzelf.

Mijn docent Arno Verhoeven kon in ieder geval zeggen dat het geen middeleeuws aardewerk uit Noordwest-Europa is. Het lijkt ook onwaarschijnlijk dat het een Romeinse pot is. Mogelijk is de pot gemaakt in de vijftiende of zestiende eeuw in het Mediterraans gebied, maar om dat zeker te weten is meer onderzoek nodig.

Wat verder opvalt is dat de pot een vlakke bodem heeft en een grof baksel.

Detail van de buitenzijde van de pot. Foto door mijzelf.
Detail van de buitenzijde van de pot. Foto door mijzelf.
Detail van de binnenzijde van de pot. De grijze cement lagen zijn pogingen tot restauratie. Foto door mijzelf.
Detail van de binnenzijde van de pot. De grijze cement lagen zijn pogingen tot restauratie. Foto door mijzelf.

Aan de binnenzijde zijn wat sporen van reparatie te zien. Een aantal scheuren in de pot zijn dichtgemetseld. Dat moet toendertijd gedaan zijn door het Fries Museum in Leeuwarden, die de pot jarenlang in bezit heeft gehad.

Het verhaal is nog niet afgelopen. We zullen een aantal specialisten benaderen in de hoop meer te weten te komen over de herkomst en datering van deze pot. Dus wordt vervolgd…!

Nederlandse Jeugd Bond voor Geschiedenis

Het waren niet alleen archeologen en ingehuurde werklui die in 1963 en 1964 aan de opgravingen in de Stadsfenne meededen. In de zomer van 1963 heeft de NJBG, de Nederlandse Jeugd Bond voor Geschiedenis een paar weken meegedraaid in het onderzoek. De jongelui hebben daar eerst een week in de buurt gelogeerd. Daarna  hebben ze tussen 22 en 26 juli mee gegraven. Ze kregen de zogenoemde “proefput” toegewezen die in het jaar daarvoor door Elzinga al was aangelegd. De kinderen mochten schaven en met de troffel werken. Vondsten werden verzameld, maar mochten ook mee naar huis genomen worden.

Fragment van een veldtekening van de ROB. De tekening is gemaakt door de kinderen van de NJBG. Netjes ingetekend. De tekening wordt nu beheerd door het Noordelijk Archeologische Depot.
Fragment van een veldtekening van de ROB. De tekening is gemaakt door de kinderen van de NJBG. Netjes ingetekend. De tekening wordt nu beheerd door het Noordelijk Archeologische Depot.

In het dagrapport van de opgraving staan ze vermeld: “De NJBG-ers weerden zich op eigen manier! Vlot gaat het niet bepaald, de jeugdige deelnemers kunnen nog niet voldoende zelfdiscipline opbrengen om (…) bij de verschillende zaken te bepalen.” De tekst is overgenomen uit een handgeschreven notitieboek die soms lastig leesbaar is…

Fragment van het dagrapport van de ROB opgraving in de Stadsfenne. Geschreven dinsdag 23 juli 1963. Nu in beheer van het Noordelijk Archeologisch Depot.
Fragment van het dagrapport van de ROB opgraving in de Stadsfenne. Geschreven dinsdag 23 juli 1963. Nu in beheer van het Noordelijk Archeologisch Depot.

Een van de deelnemers van aan dit zomerkamp in Stavoren was mijn moeder, Trudi! Het is een grote toevalligheid. Toen ik haar vertelde over mijn onderzoek naar Stavoren, wat nu een aantal maanden loopt, werd ze opeens enthousiast en liet ze me een hoopje scherven zien. Die had ze zelf gevonden toen ze daar als meisje was! Ze mocht de scherven toen mee naar huis nemen van de archeologen. Thuis aangekomen met een schoenendoos vol scherven heeft mijn moeder toen een klein museumpje ingericht waar ze haar scherven tentoonstelde.

Na 50 jaar jaar in een schoenendoos mogen de scherven nu weer luchten. Ze zijn opnieuw tentoongesteld in een vitrinekast, samen met andere verzamelde scherven en stenen.

Mijn moeder laat trots de scherven zien die ze ruim 50 jaar geleden zelf heeft gevonden in Stavoren.
Mijn moeder laat trots de scherven zien die ze ruim 50 jaar geleden zelf heeft gevonden in Stavoren.
Het kaartje met uitleg over de scherven als kleine tentoonstelling van haar vondsten uit Stavoren.
Het kaartje met uitleg over de scherven als kleine tentoonstelling van haar vondsten uit Stavoren, geschreven door Trudi in 1963.
Zo liggen de scherven uit Stavoren er tegenwoordig bij. In een vitrinekast, opnieuw tentoongesteld. Op de achtergrond mooie agaat-stenen die we ooit in een zomervakantie in Frankrijk verzameld hebben.
Zo liggen de scherven uit Stavoren er vandaag bij. In een vitrinekast, opnieuw tentoongesteld. Op de achtergrond mooie agaat-stenen die we ooit in een zomervakantie in Frankrijk verzameld hebben.

Verdwenen vondsten

De meeste archeologische vondsten uit Stavoren liggen waar je ze zou verwachten: in het archeologisch depot in Nuis. Daar staan vele dozen vol met scherven en ander materiaal afkomstig van de opgravingen in Stavoren. Met name de ROB opgraving in 1963 – 1964 van de Stadsfenne, in het zuiden van Stavoren, heeft veel materiaal opgeleverd.

Het archeologisch depot in Nuis. Een aantal van deze dozen zitten vol met vondsten uit Stavoren.
Het archeologisch depot in Nuis. Een aantal van deze dozen zitten vol met vondsten uit Stavoren. Foto door auteur.

Soms kom ik echter vondsten tegen in de opgravingsdocumentatie die ik niet terug kan vinden in het depot. In een brief van Halbertsma uit 1964 spreekt hij over amateurarcheologen die een grote hoeveelheid majolica scherven vindt op het terrein en op de storthopen tijdens de aanleg van de nieuwe sluis- en gemaal kolken. Uit de brief blijkt dat voor Halbertsma deze relatief recente scherven “maar bijzaak” waren en hij kan “geen tijd en geld spenderen aan een algehele omwerking van de vermelde stortbergen.” Verder schrijft hij “uiteraard hebben wij de nodige specimina trachten te verzamelen”.

Waar zijn die majolica “specimina” dan terecht gekomen, vraag ik me af. Na wat rond zoeken op het internet en mensen mailen blijkt dat een er nog een doos met majolica scherven staat bij het Fries Scheepvaart Museum in Sneek. Van de inhoud van de doos weten we niet veel meer dan dat het is aangeleverd door Halbertsma in 1964 en afkomstig is uit Stavoren. Helemaal zeker weten doen we het dus niet, maar we mogen toch wel aannemen dat dit de majolica scherven zijn waar Halbertsma over spreekt in zijn brief.
Het materiaal van na de middeleeuwen was toen blijkbaar niet belangrijk genoeg om bij de rest van de verzamelde vondsten op te slaan. De vondsten uit Stavoren zijn verspreid geraakt over verschillende collecties en musea in Friesland. Zo ligt er ook nog materiaal uit Stavoren in het Fries Museum in Leeuwarden en in het Fries Landbouwmuseum in Earnewald.

Een ander typisch fenomeen van de archeologie uit de jaren ’60 van de vorige eeuw is dat de mooiste en meest bijzondere vondsten ook zo hun eigen wegen begonnen af te leggen. Ik heb dit bij andere Nederlandse opgravingen uit die periode ook gemerkt. Het was gebruikelijk dat archeologen deze topvondsten mee naar huis namen om ze daar nader te bestuderen. Helaas zijn daarbij veel van deze topvondsten kwijt geraakt. Op een gegeven moment weet niemand meer waar de vondsten precies zijn of wie ze heeft. Een aantal van de speciale vondsten uit de opgravingen van de Stadsfenne in Stavoren die ik nog niet heb kunnen traceren zal ik hieronder toelichten. Het enige wat heb zijn tekeningen en soms foto’s van de vondsten.

Foto van een schitterend gedecoreerd kammetje. Het vondstnummer ken ik, maar waar het object zich bevindt weet ik helaas niet.
Foto van een schitterend gedecoreerd kammetje. Het vondstnummer ken ik, maar waar het object zich bevindt weet ik helaas niet. Foto door ROB / RCE
Een gouden ring met amethist inzet, waarschijnlijk 12e of 13e eeuws. Dit is misschien wel de meest sprekende vondst uit Stavoren. Waar is deze ring nu?!
Een gouden ring met amethist inzet, waarschijnlijk 12e of 13e eeuws. Dit is misschien wel de meest sprekende vondst uit Stavoren. Waar is deze ring nu?! Foto door ROB / RCE
Tekening van een baardmankruik met een interessant opschrift. Ik zou graag nader onderzoek willen doen naar deze kan. Wat betekent de tekst? Waar is deze kan precies gevonden? Het enige wat ik heb is deze tekening...
Tekening van een baardmankruik met een interessant opschrift. Ik zou graag nader onderzoek willen doen naar deze kan. Wat betekent de tekst? Waar is deze kan precies gevonden? Het enige wat ik heb is deze tekening… Tekening door ROB / RCE

Knuppelpaden

Stavoren is omgeven door water. In het westen lag vroeger de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer). Voordat de Zuiderzee was ontstaan werd het water dat het Almere met de Noordzee verbond het “Vlie” genoemd. Dit was een belangrijke verbinding tussen het binnenland van de lage landen en de Noordzee, en stroomde langs Stavoren.
Keek je vanuit Stavoren richting het oosten, dan zag je eindeloze veenvlaktes en meren. Je kunt je voorstellen dat het regelmatige een natte bedoeling geweest was in Stavoren.
Om droge voeten te houden werden de wegen van middeleeuws Stavoren verhard met houten palen en balken, zogenaamde knuppelpaden.

Een eenvoudig knuppelpad door moerassen in Noord-Zweden. Foto door auteur, zomer 2013.
Een eenvoudig knuppelpad door moerassen in Noord-Zweden. Foto door auteur, zomer 2013.

Op een aantal plaatsen zijn knuppelpaden door archeologen in Stavoren aangetroffen. Bij de aanleg van een nieuw riool in de straat ‘Dwinger’ in 1999 werd een deel van een knuppelpad aangetroffen door twee amateurarcheologen. Het ARC, een archeologisch bedrijf dat toen veel projecten deed in de regio, werd ingeschakeld. Samen met de amateurarcheologen heeft het ARC geprobeerd te redden wat er te redden viel en zoveel mogelijk verzameld en gedocumenteerd. Het pad bestond uit twee lagen elzen stammetjes met dunnere en kortere stammen als onderste laag en dikkere en langere stammen als bovenste laag. De stammen van de onderste laag lagen dwars op de lengte richting van het pad, de stammen van de bovenste laag lagen in de lengte richting. Het geheel bevond zich op ongeveer 1,80 m onder het huidige straatniveau. Een van de stammen is gedateerd in de tweede helft van de 13e eeuw (met koolstof-14 datering).

In 1951 werd de zomervakantie van archeoloog Herre Halbertsma kort onderbroken. Hij was op vakantie in Stavoren. Een paar uur voordat hij op de veerboot zou vertrekken werd zijn aandacht getrokken door een hoop aarde voor de deur van Voorstraat 47. Het bleek dat hier een nieuwe beerput werd aangelegd waarbij allerlei archeologische vondsten naar boven kwamen. Op ongeveer 2 meter diepte werd een knuppelpad gevonden, bestaande uit “zware dennenhouten leggers waarover in de lengterichting van het pad elzen stammetjes waren gevleid”. Op basis van gevonden aardewerk kon het pad waarschijnlijk in de 12e of 13e eeuw gedateerd worden.

Brief van Halbertsma uit 1951 over het gevonden knuppelpad in Stavoren. Uit het correspondentiearchief van de RCE.
Deel van een brief van Halbertsma uit 1951 over het gevonden knuppelpad bij de Voorstraat 47 in Stavoren. Uit het correspondentiearchief van de RCE. Geadresseerde is onherkenbaar gemaakt.

Ook tijdens de opgravingen in 1963 en 1964 van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in de Stadsfenne in het zuiden van het stadje is een houten pad aangetroffen. Dit pad liep langs een aantal erven waarop houten huizen hebben gestaan en parallel aan een riviertje dat toen nog door Stavoren stroomde.

Deel van een veldtekening van de ROB opgraving 1963-4 met daarop de houten balken van een pad. De scan is gemaakt door de RCE, het origineel bevindt zich in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis.
Deel van een veldtekening van de ROB opgraving 1963-4 met daarop de houten balken van een pad. De scan is gemaakt door de RCE, het origineel bevindt zich in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis.

Dergelijke knuppelpaden zijn zeker niet uniek voor Stavoren. Er zijn talloze andere waarnemingen en vondsten van middeleeuwse knuppelpaden gemeld in Nederland en ver daarbuiten. In 1953 is in het centrum van Eindhoven een knuppelweg gevonden (http://www.thuisinbrabant.nl/object/brabants-heem/261) en vorig jaar nog in het centrum van Zutphen (http://www.omroepgelderland.nl/web/nieuws-1/2037830/knuppelweg-blootgelegd-in-zutphen.htm).
We kennen knuppelpaden ook uit andere perioden. In 1948 werd bij laag water een Romeins knuppelpad in Raversijde (Vlaanderen) gefotografeerd. Uit Engeland zijn verschillende prehistorische knuppelpaden bekend (http://news.nationalgeographic.com/news/2009/08/090817-londons-oldest-timber-structure.html).

Romeins knuppelpad geregistreerd op het strand van Mariakerke-Raversijde door A. Chocqueel in 1948. Bron: https://onderzoeksbalans.onroerenderfgoed.be/onderzoeksbalans/archeologie/maritiem/beneden_hoogwaterlijn/noordzee/romeins
Romeins knuppelpad gefotografeerd op het strand van Mariakerke-Raversijde door A. Chocqueel in 1948. Bron: https://onderzoeksbalans.onroerenderfgoed.be/onderzoeksbalans/archeologie/maritiem/beneden_hoogwaterlijn/noordzee/romeins

“… een balpot voor den dag gekomen.”

Veel van de archeologische vondsten uit Stavoren staan gemeld in het archeologisch register ARCHIS. Zo nu en dan echter kom ik archeologische vondsten tegen via andere wegen. Een aantekening van deze enorme ‘balpot’ kwam ik tegen in het Verslag van het Fries Genootschap. Blijkbaar heeft deze pot als regenbak dienst gedaan tot het in juli 1927 werd gevonden bij het graven van fundamenten in een pand naast het toenmalige stadhuis. “Het gevaarte werd aan het Friesch Museum ten geschenke gegeven en is daar op de binnenplaats gekiekt”. Ik ben benieuwd waar die nu is! Nog steeds in het Fries Museum? Ook leuk dat de Leeuwarder Courant een foto heeft geplaatst van deze vondst.
Wat zou het voor pot zijn? Het lijkt op een Romeinse dolium.

uit de Leeuwarder Courant van 30 juli 1927